AOW
Pensioenakkoord voorjaar 2010
Sociale partners in de Stichting van de Arbeid (hierna te noemen: sociale partners) maken in dit pensioenakkoord afspraken over noodzakelijke aanpassingen van de arbeidspensioenen in de tweede pijler waarvoor zij een bijzondere verantwoordelijkheid dragen. In samenhang daarmee doen zij in dit akkoord ook voorstellen voor de toekomstbestendigheid van de AOW in de eerste pijler. Om de houdbaarheid van het integrale Nederlandse pensioenstelsel te
waarborgen zijn naar het oordeel van sociale partners belangrijke aanpassingen nodig. De twee pijlers in het Nederlandse pensioengebouw zijn op elkaar afgestemd en moeten ook in de toekomst goed op elkaar blijven aansluiten. De voorstellen om in de nabije toekomst in zowel de AOW als de arbeidspensioenen rekening te houden met het feit dat Nederlanders gemiddeld langer leven, met ruimte voor een flexibele uittreedleeftijd in beide pijlers, dus ook bij de
AOW, waarborgen dit. De rapporten van de commissies Frijns en Goudswaard analyseren de toekomstige ontwikkelingen van de arbeidspensioenen in de tweede pijler. De sociale partners onderschrijven
evenals het kabinet1 de hoofdlijnen van deze analyses. De fundamentele kenmerken van ons stelsel – collectiviteit, solidariteit en de verplichtstelling – moeten behouden blijven. Wel moet een nieuwe balans worden gevonden tussen ambitie, zekerheid, solidariteit en kosten. In de kern gaat het om twee hoofdproblemen. In de eerste plaats leidt bij ongewijzigd beleid de stijgende levensverwachting tot een stilzwijgende verlenging van het aantal pensioenjaren bij opeenvolgende generaties. De kostenverhoging die hiervan het gevolg is, is in toenemende mate onhoudbaar. In de tweede plaats is het huidige stelsel van aanvullende pensioenen onvoldoende schokbestendig. Voor schokken op financiële markten (rente, inflatie, rendementen) zijn in de huidige pensioencontracten met onvoorwaardelijke nominale rechten alleen het niet indexeren van pensioenen en opgebouwde rechten en in het uiterste geval (ultimum remedium) een nominale
verlaging van rechten (‘afstempelen’) remedies. Het premie-instrument (een tijdelijke premieverhoging) is hiervoor reeds ineffectief en zal dat vanwege de vergrijzing in toenemende mate worden. De pensioenverwachtingen van de huidige deelnemers moeten blijven sporen met de demografische ontwikkelingen en met de realiteit op de financiële markten. Met dit pensioenakkoord beogen sociale partners het pensioenstelsel aan te passen aan de eisen van de tijd. Daarvoor zijn belangrijke veranderingen nodig. Die veranderingen zijn enerzijds technisch inhoudelijk van karakter. Maar anderzijds raken ze ook aan gedrag van stakeholders, verwachtingen van deelnemers, solidariteit tussen betrokkenen, kwaliteit van informatie en inzichtelijkheid.



