Pensioenwijzigingen in 2019

Controle op datakwaliteit voor pensioenfonds

Het eind van het jaar is traditioneel gezien de tijd voor de lijstjes: overzichten van wat er het afgelopen jaar heeft plaatsgevonden of wat het volgende jaar staat te gebeuren. De ontwikkelingen op pensioengebied lenen zich zeer voor lijstjes, want de ontwikkelingen in de sector gaan snel. We hebben voor dit jaar geselecteerd op belang en impact. Op de volgende ontwikkelingen moet u uw organisatie het komende jaar voorbereiden:

1. De Verzamelwet Pensioenen

Naast een aantal kleine technische wijzigingen verandert per 1 januari 2019 (de beoogde inwerkingtredingsdatum, de wet ligt nu nog in de Eerste Kamer) het volgende:

  • Het wordt (toch) weer mogelijk om kleine pensioenen eenzijdig af te kopen;
  • Rechten van het verantwoordingsorgaan veranderen met betrekking tot de waardeoverdracht van kleine pensioenen;
  • (Nieuwe) mini-pensioenen van € 2 vervallen aan de pensioenuitvoerder van rechtswege. Bestaande mini-pensioenen kunnen uiterlijk tot 1 juli 2019 worden afgekocht;
  • De hoog-laagverhouding van een ingegaan pensioen kan worden aangepast tot uiterlijk het bereiken van de leeftijd van 65 jaar en 5 maanden (als het pensioen is ingegaan voor 1 januari 2016);
  • De medezeggenschap over pensioenen bij kleine ondernemingen wordt verbeterd.
  • Amendement uitbesteding Fiduciair beheer. Het opstellen en toezien op strategisch beleid ten aanzien van vermogensbeheer mag niet worden uitbesteedt. De vraag wordt wat dit amendement precies gaat regelen nu de verantwoordelijkheid over dit beleid toch altijd (ook bij uitbesteding) bij het bestuur blijft berusten.

2. Implementatie IORP (II)-richtlijn

Wij hopen dat u al bekend bent met de inhoud van de Implementatiewet IORP II (34934) want op 13 januari 2019 moet de implementatie van deze richtlijn geregeld zijn. Op dit moment ligt de Implementatiewet nog bij de Eerste Kamer. Deze moet de wet nog plenair behandelen. Voordat dat plaats kan vinden is (op 20 november 2018) op sommige punten toelichting gevraagd van Raad van State. Wat kan er veranderen als deze wet ook uiteindelijk door de Eerste Kamer wordt goedgekeurd?

  • Er gelden nieuwe regels voor governance, uitbesteding en risicobeheer;
  • Grensoverschrijdende collectieve waardeoverdrachten (is ook vooral op het terrein van governance);
  • Nieuwe stresstesten van de DNB en het openbaar maken van bestuurlijke sancties en maatregelen;
  • Informatieverstrekking: bij toetreding van een nieuwe deelnemer is het voortaan de verantwoordelijkheid van de pensioenuitvoerder dat hij binnen de wettelijke termijn wordt geïnformeerd (en niet meer van de werkgever). In de pensioen 1-2-3 wordt voortaan ook vermeldt hoe bij de beleggingen rekening wordt gehouden met milieu, klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen. Dit geldt ook voor premieovereenkomsten met beleggingskeuze. De UPO’s worden uitgebreid met informatie en het UPO voor gewezen deelnemers wordt nu elk jaar verstrekt in plaats van elke 5 jaar. Er wordt meer informatie aan (gewezen) deelnemers bij significante wijzigingen van de pensioenregeling en er komt (nu ook voor verzekeraars en PPI’s) de verplichting om op de website informatie beschikbaar te stellen bij (significante) wijzigingen van technische voorzieningen.

U bent gewaarschuwd dat deze wijziging er snel aan kan komen

3. eIDAS & WDO

  • Pensioenuitvoerders gebruiken nu voor toegang tot hun ‘MijnPensioen’-omgevingen DigiD van de overheid. Verplicht is dat nog niet. Door de invoering van de WDO (Wet Digitale Overheid) ontstaat die verplichting wel (pensioenuitvoerders gelden als door de overheid ‘aangewezen instanties’ waarvoor de WDO dus ook geldt);
  • Pensioenuitvoerders worden verplicht om de door de overheid toegelaten Nederlandse en elektronische identificatiemiddelen uit andere lidstaten te accepteren (Een besluit hiertoe door de Nederlandse overheid valt te verwachten);
  • DigiD wordt doorontwikkeld tot het een hoger ‘betrouwbaarheidsniveau’ heeft. Pensioenfondsen zullen hier in mee moeten gaan. De eIDAS (electronic Identies And Trust Services)-verordening zal vooral voor beroepspensioenfondsen grote impact hebben.

4. Pensioenverevening

De wetgeving rondom de verdeling van het pensioen gaat op de schop. De WVPS (Wet verevening pensioenrechten bij scheiding) is blijkbaar nog steeds nodig: de pensioenopbouw van mannen en vrouwen is nog niet gelijkwaardig. De verwachting is dat conversie standaard wordt in plaats van verevening. Tot nu is conversie in slechts 3% van de gevallen aan de orde. Met standaard conversie verbetert het handelingsperspectief van de ex-partner. Ook zal de wet standaard worden toegepast in plaats van alleen in de gevallen waarin de beide partners dit verzoeken. Het idee is verder om het Bijzonder partnerpensioen in de toekomst alleen op de huwelijkse periode te baseren (i.p.v. ook de voorhuwelijkse periode).

5. Pensioenakkoord?

Wij hadden natuurlijk willen beginnen met het akkoord tussen werkgevers, werknemers en de overheid voor een nieuw pensioenstelsel: Het pensioenakkoord. De doelstelling van de overheid en sociale partners om dit jaar nog tot een akkoord te komen gaat waarschijnlijk niet gehaald worden. Op basis van gelekte concepten is bekend dat wordt gedacht aan een premieovereenkomst met voorwaardelijke opbouw (onzuivere premieovereenkomst) zonder leeftijdsonderscheid, naast een collectieve variant van de verbeterde premieregeling. Andere issues die spelen zijn de minder snelle stijging van de AOW-leeftijd en een betere pensioenopbouw voor zelfstandigen. Helaas is het de partijen niet gelukt tot een definitief akkoord te komen. Hopelijk komt er alsnog snel een akkoord.

Werk aan de winkel

U ziet dat de ontwikkelingen rondom pensioen voorlopig niet stilliggen. Ook zonder een pensioenakkoord blijft er nog genoeg te doen om uw pensioenregelingen up-to-date te krijgen, uw uitvoering aan te passen en uw governance te wijzigingen. Mocht u vragen hebben over welke effecten deze maatregelen op uw organisatie gaan hebben, neem dan gerust contact met ons op.

Auteur: Michiel Ruiter
Datum: 7 december 2018

Opdrachtgevers

  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin
  • Centraal Beheer
  • ASR
  • Delta Loyd
  • Robeco
  • Rabobank
  • Achmea
  • Hibin